Nothing is wasted with God

Een paar weken geleden mocht ik preken in mijn gemeente. Samen met anderen leid ik op zaterdagmiddag een kinderclub in onze wijk en als team mochten we de zondag erna ook de dienst verzorgen. Op de kinderclub hadden we over Jona hadden gehad, en daarom ging de preek ook over Jona. Tijdens mijn voorbereiding moest ik vaak denken aan woorden die een vriendin een paar jaar geleden regelmatig tegen me zei: ‘Ineke, nothing is wasted with God’. Ik schreef er zelfs een lied over toen deze vriendin weer terugging naar Amerika, als afscheidscadeau. Elke keer als ik me deze woorden herinner, raakt het me opnieuw. En, hoewel ik het ik het een tijd lang erg moeilijk vond om te  doen, ik zing het lied nog regelmatig om mezelf er aan te herinneren dat God trouw is en alles doet meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben.

In het Nederlands heb je wat meer woorden nodig om uit te leggen wat het betekent: nothing is wasted with God. Het betekent: niets en niemand is vuilnis in de ogen van God en niets wordt door God weggegooid. Dus: niets wat je meemaakte, niets wat je deed, niets wat jou is aangedaan, is vuilnis in de ogen van God. Jij bent zelf niet ‘wasted’, jij hebt niet afgedaan, jij bent geen afval en je bent ook niet onbruikbaar geworden. En wat je meemaakte, is ook geen ‘waste’, ook al was het misschien wel heel erg vuil en maakt het dat je je waardeloos bent gaan voelen. Daarnaast gooit God ook nooit zomaar iets weg. In Zijn handen wordt alles bruikbaar en kunnen zelfs de goorste en zondigste en pijnlijkste dingen tot iets moois worden omgevormd.

Je kunt dat ook in het verhaal van Jona zien. Jona vlucht weg als hij het woord van God hoort. Hij was een profeet die het hart van God kende, zo blijkt verderop in het Bijbelboek, en juist omdat hij God kende, vlucht hij weg. Dat is best bizar als je erover nadenkt. ‘U bent barmhartig’, zegt Jona, ‘en daarom ging ik ervandoor’. Hij brengt de hele bemanning van een schip in gevaar door die actie. Behoorlijk waardeloos eigenlijk, maar wat blijkt even later? De hele bemanning komt tot geloof doordat God zijn macht laat zien als de storm gaat liggen als Jona in het water is gegooid! Dus, Jona’s ongehoorzaamheid brengt toch iets goeds teweeg: Nothing is wasted with God.

Vervolgens blijkt dat God inderdaad barmhartig is, vooral ook voor Jona zelf. Hij laat Jona niet verdrinken, maar stuurt een vis om hem te redden en geeft hem een nieuwe kans. Maar Jona’s hart is nog helemaal niet veranderd. Hij doet schoorvoetend wat God zegt. Met een minimale inspanning (hij gaat maar één dag de stad in, terwijl de stad drie dagreizen groot is) bereikt hij maximaal resultaat: de hele stad verootmoedigt zich. Maar Jona is niet blij met deze ommekeer en gaat de stad uit. In plaats van naar het Westen te gaan, waar hij vandaan kwam, gaat hij in het Oosten zitten wachten wat er gebeurt.

Maar God gaat door. Eerst door Jona vragen te stellen, waar Jona bijna niet op reageert. Dan door een andere benadering. Zie je Zijn vasthoudendheid, hoe God altijd door wil gaan, niet loslaat, steeds blijft proberen? Nu krijgt Jona een objectles. Kinderwerkers gebruiken dat regelmatig en ik vond het bijzonder om te zien dat God dat ook doet: Hij laat een struik groeien en vervolgens met behulp van een worm weer verdorren. Zijn doel is om Jona in te laten zien dat de teleurstelling die hij voelt over de struik nog niets is vergeleken met het verdriet die God voelt als de stad Nineve verloren zou gaan. Hij noemt zelfs de dieren die erin leven. Nothing is wasted with God! De worm, de struik, het gemopper van Jona, de dieren, de kinderen. God heeft alles in Zijn hand, ieder op het oog.

Nothing is wasted with God. Ook jij niet. Ook wat jij hebt meegemaakt of gedaan niet. Niets wordt door God weggegooid. Wat er ook aan ellende is gebeurd, wat je ook aan zonden hebt gedaan, wat er jou ook is aangedaan: alles kan door God gebruikt worden en niets wordt door Hem genegeerd. Dat is zo troostend, vind ik. Dat maakt dat niets zinloos is, al is het wél vreselijk misschien. Vaak. Maar Hij veracht dat niet. Hij kan het zelfs tot iets goeds uitbouwen. Ik ben blij dat ik me die woorden regelmatig herinner: nothing is wasted with God!

Dit artikel verscheen eerder bij Puur Vandaag op 11 oktober 2018

Advertenties

Goede Vader

Ik voel zijn armpjes om mijn nek. Toen hij doorhad welk lied we gingen zingen, sprong hij op de stoel achter mij en zo, met zijn armen om mij heen, zongen we samen, op ons allerhardst: ‘Er is kracht voor wie hopen op de Heer. Wij hopen op de Heer. Ja, wij hopen op de Heer.’

Ik barstte bijna van blijdschap en dankbaarheid. Dit jongetje van net negen jaar oud, vol met vragen, sceptisch over geloven, zeker sinds zijn zusje overleed, heeft vaak veel moeite met het blijde evangelie. En nu, nu zingt hij samen met zijn moeder: ‘Wij hopen op de Heer! Ja, wij hopen op de Heer’.
Het is even de hemel voor mij.

We waren deze ochtend op bezoek in een andere gemeente, omdat onze eigen gemeente een dienst had op het strand en ik dat om verschillende redenen niet zag zitten. In deze kerk zingen ze heel lang en in het Nederlands. Ik vind het heerlijk. Mijn kinderen vinden het saaaaai en dit kind helemaal. Terwijl hij hoorbaar zuchtend naast me zit en ik hem zo nu en dan zeg weer te gaan staan en mee te doen, bid ik om wijsheid. Ik wil ze niet afstoten, maar wel, net als de moeders in de tijd van Jezus, mijn kinderen heel dicht bij Jezus brengen.

En toen werd dit lied ingezet. Een lied dat hij al van jongs af aan hoort, omdat ik het telkens weer opzette en keihard meezong in de auto. Een lied, dat we zingen op onze zeldzame gezinszanguurtjes. En een lied dat we zongen op de begrafenis.

Het is een prachtig, schitterend mooi lied, zoals Bert (van Ernie) dat zo precies goed verwoordt. Een lied dat geen afbreuk doet aan de grootheid van God terwijl het ook ruimte geeft om het te zingen in je pijn, verdriet, wanhoop. En ook als je superblij bent om wat God je heeft gegeven en als je de toekomst zonnig inziet. Een perfect lied om te zingen met de hele gemeente.

Wat kunnen liederen je boven situaties uittillen, je perspectief vernieuwen, je bemoedigen. En ook het tegenovergestelde. Sommige liederen raken pijnlijk duidelijk zere plekken in je leven, waardoor je je kwaad kunt voelen, beschaamd of in de war. Ik schreef er laatst een blog over op mijn website over mijn overleden dochtertje, omdat ik er tegenaan liep in mijn eigen gemeente. Ik zong en speelde mee tijdens de dienst toen we het lied ‘Good, good Father’ zongen. Een prachtig lied vol waarheid, maar zó moeilijk om te zingen als de weg die God met je gaat, zo heel anders loopt dan je had gehoopt en waar je om had gebeden.

Ik las het afgelopen half jaar in de krant regelmatig dat de liederen in de kerk zo eenzijdig zijn, weinig ruimte geven aan de worstelingen van de gelovigen en ik denk dat dat klopt. Als ik zelf de aanbidding mag leiden, probeer ik liederen te kiezen die je kunt zingen uit je pijn en uit je blijdschap. Die het mogelijk maken om sámen, uit welke vorm van dagelijks leven we ook komen, kunnen zingen. Maar echt makkelijk is dat niet. Veel liederen gaan over je eigen gevoel en dat kun je in de gemeente anderen niet opleggen vind ik. Dus kies ik liever liederen die gaan over wie God is dan liederen die zeggen: ‘ik voel me….’ Of ‘ik ben zo blij’.

Liever zing ik dus liederen die gewoon de waarheid vertellen van wie God is, wie wij zijn en waar we naartoe op weg zijn. Die zijn soms ook al uitdagend genoeg. Zoals dat lied waar ik net naar verwees. Die heeft als bridge: You are perfect in all of your ways, to us. Wat is het moeilijk om dat te zingen als je nog niet echt vrede hebt kunnen sluiten met hoe de weg in jouw leven is gelopen!

En toch is het goed om liederen te zingen die je confronteren met wat er in je hart leeft. Die je uitdagen om na te denken over wat je gelooft. Liederen die waarheden proclameren die waar blijven, ook als alles om je heen zwart is. Want juist als je je ellendig voelt en het leven je bracht waar je niet op gehoopt had, dan is Hij nog steeds een goede, goede Vader en ben jij nog steeds geliefd door Hem. En ook dan zijn Zijn wegen hoger dan jouw wegen, is Hij volmaakt in alles wat Hij doet. Daar klamp ik me aan vast, en ik wil je gewoon even aanmoedigen om hetzelfde te doen.

Verscheen op 4 augustus 2018 op Puur Vandaag.

Heb je dit ook aan je man verteld?

‘Heb je dit ook aan je man verteld?’ Niet voor het eerst stelde hij deze vraag en ik besefte dat het antwoord ‘nee’ was. Ik kwam al een tijdje eens in de twee weken bij dit echtpaar langs om te kunnen praten over wat er allemaal aan de hand was in mijn leven en in mijn gezin. En steeds kwam weer zo’n vraag: ‘Wat vindt je man ervan?’ ‘Wat zei je man toen je het vertelde?’ En elke keer had ik daar geen antwoord op. Langzaam maar zeker drong tot me door dat ik het nooit aan mijn man verteld had. Dat ik al heel lang geleden gestopt was met thuis te vertellen wat ik werkelijk dacht, wat ik echt voelde. Ik had niet het gevoel dat dat kon.

Ik ploeterde in mijn eentje met de last van ons gezin op mijn schouders. Dat dat veel te zwaar voor me was, was me allang duidelijk, maar de dingen waren zo gegroeid. Ik was verantwoordelijk voor ons gezin, ons huwelijk, al onze sociale contacten. Ik had geen vrienden meer met wie we als stel optrokken. Want we trokken niet als stel op. Al mijn vriendinnen die samen met hun man wilden komen, ben ik in de loop van de tijd kwijt geraakt. Ik hield nog maar een paar vriendinnen over met wie ik apart afsprak.

Ik had er nooit bij stilgestaan dat het anders kon, en dat ik het graag anders wílde. Dat een andere manier van communiceren mogelijk was en dat ik dat veel liever had. Het duurde nog vele jaren voordat we die nieuwe manier geleerd hadden, maar sinds een jaar of vijf hebben mijn man en ik een goed huwelijk. We leren steeds meer om als een stel te functioneren in plaats van als twee co-existerende individuen die toevallig getrouwd zijn.

Ons huwelijk is niet zonder meningsverschillen en conflictjes, maar we ervaren wel veel meer verbondenheid met elkaar dan eerst. We hebben vertrouwen in elkaar, we delen wat we denken en trekken steeds beter samen op, hoewel dat nog altijd hard werken is. Maar een huwelijk ís gewoon hard werken. Er staat niet voor niets in Hooglied: ‘laat ons de kleine vosjes vangen’. Ik las ooit ergens dat die vosjes verwijzen naar de kleine ergernissen. Die kunnen namelijk uitlopen tot metershoge muren tussen mij en mijn man, tussen jou en jouw partner.

Afgelopen weken sprak ik op verschillende plekken met vrouwen die ook al langere tijd getrouwd waren en realiseerde ik me opnieuw hoe belangrijk gesprekken over wat we echt denken en voelen eigenlijk wel niet zijn. Deze vrouwen vertelden me over dingen die gezegd waren, door henzelf of door hun man. En ik hoorde hoe die woorden gevolgen hadden gehad in de keuzes die ze hadden gemaakt. Die woorden waren uitgegroeid tot angst om te veranderen. Tot patronen, gewoontes die moeilijk te doorbreken waren. Die woorden zorgden ervoor dat ze het gevoel hadden dat verandering onmogelijk was geworden.

Toen ik doorvroeg, net als het echtpaar bij mij had gedaan, bleek dat ook zij hun gevoelens en gedachten niet met hun man hadden gedeeld. Dat ze dat niet durfden. En nu wisten ze dus niet zeker of die woorden van hun man die zoveel impact op hen hebben gehad, destijds in woede of wanhoop waren gezegd. Ze wisten niet of hun man op dit moment nog steeds hetzelfde dacht. Dat hadden ze niet gevraagd. Dat gesprek durfden ze ook nu nauwelijks aan. Net als ik vroeger en ik vind dat trouwens nu nog steeds best lastig. Want je stelt je kwetsbaar op, je voelt je een zeurpiet en het is moeilijk om de juiste woorden te vinden die precies zeggen wat je nou bedoelt.

Ik schreef er al eerder over, hoe je in je communicatie kunt denken dat je een waterpistooltje in handen hebt waarmee je plagerig en speels wat loopt te schieten, terwijl je eigenlijk een mitrailleur in handen hebt: je woorden dringen direct door in het hart van je geliefde en kunnen daardoor ofwel enorm zegenen ofwel enorm verwonden.

Dat werkt dus ook de andere kant op. Jij kunt je leven veranderd hebben, of bepaalde wensen en verlangens afgelegd hebben, op basis van de woorden die jouw partner een keer heeft uitgesproken. Misschien wel vele jaren geleden. Die woorden zijn een eigen leven gaan leiden en jij hebt ernaar gehandeld, terwijl je partner misschien wel helemaal niet in de gaten heeft dat jij zijn woorden zó serieus hebt genomen. Hij bedoelde er misschien wel helemaal niets mee, of uitte enkel wat frustratie van dat moment, terwijl hij voor het overgrote deel helemaal achter je staat.

Wat ik heb moeten leren, is checken, checken en dubbelchecken. Als ik merk dat woorden van mijn man in mijn hoofd blijven klinken en ik me er door afgewezen voel (en dat voel ik me nogal snel), dan ga ik naar hem toe en zeg: ‘hey lieverd, kunnen we even praten? Jij zei gisteren dit en nu heb ik het gevoel dat …’ Negen van de tien keer blijkt dat ik hem verkeerd begrepen heb. En doordat het nu open op tafel ligt, krijgt hij de kans om te leren het net wat anders te formuleren en ik leer er meer en meer op te vertrouwen dat hij echt van me houdt, waardoor ik kan leren niet meteen alles negatief op te vatten. En mijn man doet hetzelfde. Hij vertelt het me nu vaker als hem iets wat ik heb gezegd blijft achtervolgen of een vervelend gevoel gegeven heeft. En dan krijg ik de kans om sorry te zeggen en kan ik leren om het anders te zeggen. En dat leren kost tijd. Als je veertig jaar iets op een bepaalde manier gezegd hebt, of alles wat gezegd wordt, negatief hebt opgevat, dan duurt het wel even voordat je anders doet. Maar alleen al doordat ik weet dat hij eraan werkt, en doordat hij weet dat ik eraan werk, groeien we naar elkaar toe en zijn we milder geworden.

Wat ben ik blij dat die man mij een paar jaar geleden steeds weer vroeg hoe mijn man ergens over dacht. Ik leerde vertellen wat ik meemaak, denk, voel, zonder iets terug te verwachten. Gewoon mee te delen wat ik dacht en voelde, wat ik moeilijk vond, wat ik zwaar vond. En wat had dat een groot effect. Mijn man deed niet altijd iets met wat ik zei en dat hoefde ook niet. Maar nu hij wist wat ik dacht, leerde hij mij wel beter kennen en hij begon ook meer te vertellen van wat hij meemaakte, dacht en voelde. In de loop van de tijd begon ons huwelijk te veranderen. Daarom stel ik jou nu deze vraag: datgene, waar jij nu mee loopt te tobben, heb je dat ook aan je man of je vrouw verteld?

Eerder verschenen (19 september 2018) op PuurVandaag

Wil je de prijs betalen?

Ze kwam naar me toe na de dienst. Een jonge moeder met twee kleine kinderen. We hadden wel eens wat dingen gedeeld met elkaar en ze kwam even een praatje maken. ‘Ik wil hetzelfde als jij’, zei ze. Toen ik vroeg wat ze bedoelde, antwoordde ze: ‘Ik wil net zo’n gezin als jij, vier kinderen en liefdevol en hecht.’ Ik voelde me ongemakkelijk worden. Wat moet ik hier op zeggen? Ik knikte wat en stamelde zachtjes: ‘maar dit is er niet zomaar gekomen’.

Haar opmerking bleef me nog lang bij. Ik vroeg me af waarom ik me er eigenlijk zo ongemakkelijk bij voelde. Het is toch een compliment als iemand zegt dat je een liefdevol gezin hebt en dat zij dat ook wil? Waarom voel ik dan geen trots? Ik kan er toch ook gewoon blij mee zijn? Ik realiseerde me dat ik dacht aan wat het me allemaal gekost heeft om te komen waar ik nu ben. En ik vroeg me af of ik het haar kon toewensen dat ze dát dan ook allemaal kreeg. Niet alleen het resultaat, maar ook de weg ernaartoe. Natuurlijk gun ik haar een groot en fijn gezin, maar wat nou als dat betekent dat ze hetzelfde door zou moeten maken als ik? Ik weet niet of ik haar dat wel toe kan wensen.

Een tijdje geleden schreef ik over de perfectie-infectie. We hebben de neiging om onze binnenkant te vergelijken met wat we bij anderen aan de buitenkant zien en zo’n vergelijking is niet eerlijk, want je vergelijkt geen gelijkwaardige dingen met elkaar. Er zit nog een ander aspect aan: als we onszelf vergelijken met anderen, onderkennen we vaak ook niet wat er allemaal aan vooraf is gegaan. We weten of zien vaak niet welke prijs iemand heeft moeten betalen om te komen waar ze nu is.

Laat ik het vergelijken met een goede pianist. Ik ben wel eens jaloers als iemand heel goed piano kan spelen. Ik wil dat ook kunnen. En ik besef dat ik misschien, heel misschien, ook wel heel goed zou kunnen worden, als ik elke dag uren zou oefenen, net als die pianist. Want dat is wat goede pianisten doen. Zij oefenen. Elke dag. Uren. En dag na dag worden ze steeds een beetje beter en wat ik nu hoor, is het resultaat van al die jaren trouw studeren en keihard werken. Een goede pianist is niet alleen een goede pianist dankzij een heleboel talent, maar ook dankzij iedere dag trouw werken.

Ik denk dat hetzelfde voor moederschap geldt. We horen hoe onze supergeduldige buurvrouw vriendelijk op haar jengelende kind reageert en denken: ik wou dat ik zo was. Maar wie zegt dat zij altijd zo geduldig is geweest? Misschien is ze wel helemaal geen ‘oermoeder’ of supervrouw. Misschien heeft ze wel heel veel jaren gebeden dat ze geduldiger zou worden. Misschien had ze wel een huilbaby met wie ze dag in dag uit in de weer was en waardoor ze dag na dag een beetje meer geduld leerde, naast dat ze in diezelfde tijd ook honderden keren faalde geduldig te zijn. Zo ging dat tenminste bij mij.

Ik was zo’n twaalf jaar moeder, nu drie jaar geleden, toen ik op het schoolplein zat te wachten tot mijn kinderen uit waren. Ze kwamen op me af gestormd, de een blij, de ander boos en overprikkeld en weer een ander vol vragen: of ie ergens kon spelen en wat we gingen doen. De kinderen gingen nog even spelen op het schoolplein toen er een andere moeder naar me toe kwam en zei: ‘Wat ben jij geduldig zeg. Ongelofelijk.’ Ik weet nog dat ik toen schrok en dacht: ‘wat?’ ‘Ik?’ En toen ik wat later naar huis reed, dacht ik er over na en realiseerde ik me dat ze gelijk had. Ik was inderdaad geduldig!

Maar dat was ik in de jaren daarvoor zeer zeker niet. Voordat ik moeder werd, was ik enorm ongeduldig en in mijn moederschap heb ik enorm veel last gehad van mijn eigen ongeduld. Ik heb het moeten leren. Door veel schade en veel schande domweg geduld moeten léren. En ik ben ontzettend dankbaar dat ik nu een best wel geduldige moeder ben ook al schiet ook ik nog weleens flink uit mijn slof en zijn er momenten dat ik geduld niet op kan brengen.

Deze moeder zag hoe ik reageerde op mijn viertal op het schoolplein. Ik dacht aan al die keren dat ik uitviel tegen de kinderen, ongeduldig was als ze nog niet klaar waren en aan al die jaren waarin ik God smeekte om me geduldiger, zachter en vriendelijker te maken. Zij zag het resultaat: ik kon nu vier kinderen opvangen die tegelijkertijd op me afstormen met ieder hun eigen verhaal.

Soms is het gewoon een feit dat een andere moeder het beter voor elkaar heeft dan ik. Of andersom op een bepaald gebied. Maar we weten niet hoe dat komt. De ene keer vergelijken we onze binnenkant met de buitenkant van iemand anders. Daar moeten we gewoon mee stoppen. Maar de andere keer is de buitenkant die we bij iemand zien wel echt een afspiegeling van de binnenkant. En dan is het misschien wel eens goed om te vragen naar hoe iemand zo geworden is. Want ik geloof dat God met ieder van ons bezig is en dat de dingen waar je nu zo mee worstelt, straks nog wel eens de dingen kunnen zijn waar anderen jaloers op zouden kunnen worden. Maar dan is de hamvraag: ben je bereid om de prijs te betalen? Om de weg te gaan om die dingen die je zo graag wilt, te leren. Dag na dag. Stapje voor stapje.

Eerder verschenen op 23 april 2018 bij PuurVandaag

Wortelen

‘Mam, er groeien al kleine watermeloentjes!’ Enthousiast rent mijn tweede dochter op me af. Als we later aan tafel zitten, vertelt ze opnieuw met veel plezier over de planten op haar balkon. Ze geniet er van om elke ochtend op het balkon de plantjes water te geven – en ontdekte dat dat voor binnenplanten dodelijk kan zijn. Het is heerlijk om haar zo te zien stralen en iets te zien ontdekken wat haar passie en interesse heeft.

Als we later aan tafel zitten, hebben we het over het weer en over de tuin en over de lelie op het grafje van onze derde dochter. Die groeit niet, omdat het in de volle zon ligt, de hele dag en al gaan we nu en dan heel veel water geven, het lijkt niet genoeg. De lelie is verschroeid, niet bestand tegen teveel zon en te weinig water. Mijn man legt uit hoe het zit met water geven: ‘Je moet planten in de tuin nooit éven besproeien. Als je water wilt geven, doe dat dan heel lang, zodat het water diep naar beneden zakt. Als je dat niet doet, groeien de wortels van de planten heel oppervlakkig en gaan ze eerder dood.’

Ik fietste vandaag langs het dorre, gele gras en verwonderde me opnieuw over hoe triest dat eruit  ziet. Mijn Amerikaanse vrienden waren altijd zo lyrisch over hoe groen het gras in Nederland altijd is. En inderdaad, nu het gras dor en droog is, doet het helemaal niet Hollands aan. Ik denk aan wat mijn man de kinderen uitlegde en realiseer me dat dit gras nu van heel diep water moet zien te halen. Het moet niet gaan liggen wachten tot de regen komt, maar de wortels diep naar beneden laten gaan om bij het grondwater te komen.

Zou dat ook voor het geestelijke leven gelden? Dat je, als je je dor en droog voelt, je wortels dieper moet laten gaan? Ik denk erover na want ik voel me zelf dor en droog. Verslagen door wat het leven bracht, door wat mensen menen tegen me moeten zeggen, maar waar ik niks mee kan. Verslagen doordat ik God zo moeilijk kan vinden omdat mijn verdriet zo vaak nog steeds te groot is om iets anders te kunnen voelen.

Het gele gras dat ik onderweg tegen kom, vertelt me wat me te doen staat, of eigenlijk: waar ik vooral mee door moet gaan. Ik kan wel gaan zitten wachten tot er regen komt, maar als dat niet komt, moeten mijn wortels dus dieper, dieper, dieper gaan naar waar het grondwater is, waar het voedsel is.

Ik moet mijn wortels dieper laten gaan, zodat ik bij de bron van levend water kom. Dus ik pak maar weer mijn bijbel en mijn koffie en bid: Heer, laat me wortelen in U. Laat me alstublieft zien wie U bent. Al ben ik dor en droog en ziet het er vanaf de buitenkant kennelijk allemaal nogal triestig uit. Vanbinnen bent U bezig, want ik weet dat U mij nooit loslaat.

Het leven is als een doos bonbons

Forrest-Gump

‘Het leven is als een doos bonbons. Je weet nooit wat je krijgt.’
We kijken de film Forrest Gump met onze oudste twee kinderen, een van de ontroerendste en mooiste films die ik ooit gezien heb. Het was een heel andere ervaring om de film nu niet met leeftijdgenoten, maar met mijn kinderen te kijken. Ineens viel me op hoeveel er eigenlijk gescholden werd, hoe rauw en heftig de emoties van de personages eigenlijk waren en dat er eigenlijk best veel seks in voorkomt. Scenes met het laatste erin hebben we doorgespoeld, maar de rest hebben we ze toch laten zien, want, zo realiseerden we ons: worden ze op school en in de media eigenlijk niet volop met dit soort dingen geconfronteerd?

Eén van mijn kinderen zit in een christelijke Whatsappgroep waarin veel persoonlijke dingen worden verteld. Zo kwam ze in aanraking met kinderen die aangerand zijn, zichzelf snijden of net als zij een broertje of zusje verloren. Ik schrok me wild toen ik erover hoorde en mijn eerste neiging was om haar ervan af te schermen. Maar nu ben ik eigenlijk vooral dankbaar dat mijn kind deze dingen aan mij vertelt en leer ik haar om ermee naar God te gaan en te bidden om onderscheidingsvermogen waar ze wel en niet op moet reageren.
En nu keken we dus Forrest Gump en eigenlijk bleek het een geweldige film in het licht van waar mijn kinderen mee te maken krijgen.

Neem bijvoorbeeld luitenant Dan. Verbitterd en gehandicapt is hij uit de Vietnamoorlog gekomen. Forrest Gump, die de mensen accepteert zoals ze zijn en er gewoon ís, accepteert ook luitenant Dan, verblikt of verbloost niet bij al zijn grove uitspraken of door zijn alcoholisme. Uiteindelijk zien we luitenant Dan God uitdagen, en als een moderne Jakob de hele nacht vechten om vervolgens zonder dat letterlijk zo te zeggen, in de ogen van Forrest Gump ‘vrede te sluiten met God’.

Het leven bezien vanuit Forrest Gump is een verademing. Hij vraagt zich nauwelijks af waarom de dingen gaan zoals ze gaan of waarom de mensen doen zoals ze doen. Hij aanvaardt wat er gebeurt en hij accepteert de mensen zoals ze zijn. Daarbij doet hij gewoon wat op zijn pad komt. Als soldaat in de Vietnamoorlog redt hij de ene soldaat na de ander, niet vanuit een of andere heldendrang, maar omdat hij, op zoek naar zijn vriend Bubba, stuit op andere gewonden die hij toch moeilijk kan laten liggen. Dus neemt hij ze, hoppa, over de schouder mee naar een veilige plek en rent weer terug om Bubba te zoeken.

Als zijn moeder gaat sterven, legt ze uit dat dat nou eenmaal bij het leven hoort, dat het nou eenmaal haar tijd is en Forrest accepteert het. Niet dat hij geen verdriet heeft, niet dat hij haar niet mist. Hij houdt haar in ere door te blijven verwijzen naar wat zij altijd zei. Zoals dat het leven net een doos bonbons is, je weet nooit wat je krijgt.

Dit blog verscheen op 2 juli 2018 op de website van PuurVandaag

Woorden als munitie

Verscheen op 19 juni 2018 op PuurVandaag

‘Thuis moet je kunnen zeggen wat je denkt. Thuis moet je gewoon jezelf kunnen zijn.’ Dat was wat ik geloofde en ik dacht dat het betekende dat je je thuis dus helemaal kon laten gaan en niet op hoefde te letten hoe je de dingen zei. Ik dacht dat ze thuis wel zouden begrijpen wat ik bedoelde en bovendien: we houden toch gewoon van elkaar?

In mijn huwelijk zei ik dan ook nogal gemakkelijk en ongenuanceerd wat ik dacht en vond, zonder dat ik doorhad wat mijn woorden deden. Mijn man liet niet echt merken wat hij ervan vond. Hij was gewend om iets wat gezegd wordt, eerst op zich in te laten werken voordat hij reageert. Tegen de tijd dat hij reageerde, was ik in mijn hoofd alweer met andere dingen bezig en hoorde ik niet echt meer wat hij zei.

Machinegeweer
Op een dag luisterden we naar een preek van Tim Keller over het huwelijk. Hij zei: als
echtgenoten heb je enorm veel impact op de ander. Je denkt misschien dat je met je woorden met een waterpistooltje aan het schieten bent, maar je moet goed beseffen dat het eigenlijk een machinegeweer is. Mijn man reageerde daar zo duidelijk instemmend op dat ik vroeg wat hij ervan vond.

Toen bleek dat ik zijn reacties voor die tijd verkeerd had begrepen. Mijn man luisterde wél als ik wat zei. Het leek alleen maar alsof het hem niets deed wat ik vond en dacht. Hij was verbaasd dat ik dat niet wist. Ik was verbaasd dat hij het niet liet merken en dat ik hem verkeerd begreep. We spraken af om een tijdlang heel precies te zeggen wat we precies bedoelden en wat de woorden van de ander met ons deden. Een heel ontdekkende tijd was dat, waarin ik dingen anders leerde formuleren en ben begonnen om te leren wachten met reageren.

Hoe intiemer hoe meer impact
Woorden hebben impact. Woorden hebben macht. Dit is niet alleen een algemene waarheid, maar iets wat sterker wordt naarmate je relatie intiemer is. Hoe intiemer je relatie is met iemand, hoe meer impact je woorden hebben. Wat je vriendin tegen je zegt, heeft meer impact dan wat de buurvrouw tegen je zegt. Wat je eigen kind of je eigen moeder tegen je zegt, heeft meer impact dan woorden van buitenstaanders.

En hetzelfde geldt voor je eigen woorden. Misschien heb je wel het gevoel dat je man, kind, moeder of vriendin helemaal niet goed naar je luistert. Ga daar niet te snel vanuit. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar meestal hebben je woorden meer impact dan je denkt. Je man, je tiener, je vriendin luistert wel. Hij of zij reageert alleen niet altijd, om verschillende redenen die je misschien niet eens kent. En zeker als je je boosheid uit, of vertelt waar je allemaal van baalt, kan het zijn dat je onbewust een machinegeweer gepakt hebt die de ander monddood maakte zonder dat je het doorhad.

Kwetsend
Ik had met mijn scherpe tong vaak mijn oordeel klaar over dingen. Ik dacht dat mijn man niet luisterde, en dus scherpte de boel nog wat meer aan, gebruikte kwetsendere woorden. Maar in plaats van mijn doel te bereiken: gehoord worden, ergens samen uitkomen, bleek ik dieper te kwetsen, meer pijn te doen dan ik dacht. Toen ik dat eenmaal wist, kon ik werken aan een andere manier van communiceren waardoor ik nu niet meer onbewust een machinegeweer gebruik in plaats van een waterpistool als we elkaar gewoon wat willen dollen.